In de praktijk van de Jeugdzorg - Voorbeeld 1

De praktijk in de jeugdzorg - HULPVERLENINGSINSTELLING

Moeder en oma (moeders moeder) zijn het niet eens met de informatie die over hen op papier is gezet door Cees. Ze vinden dat een passage in het rapport hen te kort doet en tevens denken ze dat de informatie op termijn schadelijke gevolgen kan hebben voor de (klein)kinderen. Ze willen dat de rapportage wordt aangepast. Voor Cees is dat geen optie, hij vindt juist dat het weglaten van de passage de kinderen te kort zal doen. Voorgaande gesprekken verliepen steeds moeizamer en dreigen nu helemaal vast te lopen. De familie heeft aangegeven weer te willen praten. De afspraak is aanstaande. Cees ziet erg tegen het gesprek op, bang dat hij er met de familie niet uit zal komen. Hij heeft metacoaching aangevraagd.

De metacoach loopt met Cees naar de spreekkamer en ziet dat Cees gespannen is. Moeder en oma komen zonder iets te zeggen met een zeer gespannen houding de spreekkamer binnen. Cees stelt de metacoach voor en start direct het gesprek door terug te komen op de betreffende rapportage. De metacoach meent bij moeder en oma een mengeling van ingehouden boosheid en ontreddering te zien en niet te horen wat Cees zegt. Cees lijkt op zijn beurt dat niet waar te nemen en gaat in snel tempo door met zijn verhaal. De spanning loopt op. De metacoach besluit over te gaan tot een interventie en vraagt de familie of wat ze meent te zien klopt, een flinke ingehouden spanning bij hen beide. Direct barsten ze los, zeggen dat ze inderdaad heel erg gespannen en ongerust zijn en niet hebben geslapen. Ze zijn heel bang voor de eventuele gevolgen van de rapportage, oma begint te huilen. Alle spanning lijkt er uit te komen. Cees en de metacoach geven dat ruimte en zijn onder de indruk van de heftigheid van de emoties en het familieverhaal dat op tafel komt. De interventie geeft Cees de gelegenheid zich even terug te trekken, te ontspannen en te luisteren. Dan besluit hij het gesprek weer op te pakken en laat zich empathisch uit naar de familie. De sfeer is veranderd. Cees en de familie staan niet meer tegenover elkaar, ze praten weer samen. Cees kan nu uitleggen waarom hij het verslag zo heeft geformuleerd. Hij stelt de familie voor samen de rapportage door te nemen. Mogelijk kan hij, om hen tegemoet te komen, wat aanpassingen doen. De voorstellen van de familie blijken de kern van de zorg niet te raken. De rapportage blijkt voor hen zelfs niet meer zo belangrijk te zijn. Er lijkt sprake te zijn van herwonnen vertrouwen. Er wordt gezamenlijk op een ontspannen manier verder gesproken, afspraken gemaakt en afscheid genomen. Beide partijen zijn duidelijk content met het verloop en uitkomst van het gesprek.

Er volgt een feedback gesprek waarin de interventie(s) en observaties worden besproken.