In de praktijk van de Jeugdzorg - voorbeeld 3

De praktijk in de Jeugdzorg -  CONSULTATIEBUREAU

Marleen, verpleegkundige, vindt dat het niet goed gaat in een gezin (alleenstaande moeder met twee kinderen). Aan moeder is voorgesteld hulp te accepteren. Ze is het daar niet mee eens, vindt dat er niets aan de hand is, men moet zich niet met haar bemoeien. Marleen heeft er al twee keer eerder met moeder over gesproken, komt er met haar niet uit. Ze heeft daarom werkbegeleiding aangevraagd en dat leverde adviezen op over hoe te handelen.  Ook gaat zij te rade bij enkele collega's, mogelijk hebben zij ook nog wat tips. Haar collega's luisteren geduldig en geven haar  adviezen. Als de dag daar is merkt Marleen dat ze er erg tegen het gesprek opziet. Ze heeft meta coaching aangevraagd.

Het gesprek; Marleen komt terug op het gesprek dat eerder heeft plaats gevonden. Moeder zegt niets, het lijkt alsof zij zich heeft voorgenomen niets te zeggen. Marleen is gespannen, dat vertelt haar lichaamstaal. Moeder zit er ook gespannen bij, de spanning loopt op. De metacoach besluit tot interventie en legt haar observatie aan moeder voor en vraagt of het klopt. Moeder knikt en zegt dat zij liever niet was gekomen. De metacoach vraagt of zij daarover wil vertellen. Moeder lijkt zich een beetje te ontspannen, zij zegt dat ze kwaad is. Dat er over haar gezegd wordt dat zij het niet goed doet, maar dat is niet waar, haar kinderen zijn haar alles. De metacoach complimenteert haar openheid en nodigt haar uit er nog meer over te vertellen. Moeder verzacht zichtbaar. Ondertussen ziet de metacoach dat ook Marleen zich heeft kunnen ontspannen. Even later pakt Marleen het gesprek weer op en reageert op moeder, nu vanuit contact. Terwijl moeder zich aanvankelijk richtte op de metacoach, richt zij zich nu op Marleen. Marleen stelt vragen en moeder zegt dat zij hulp niet vertrouwt. Eigenlijk weet zij niet eens wat ze zich bij hulp moet voorstellen. Zij vertelt dat ze heel bang is dat ze haar kinderen kwijt zal raken. Instanties kunnen dat doen, dat weet ze. Marleen vertelt dan rustig hoe de hulp er uit ziet, dat iemand eens per week met haar komt praten en voordoet hoe ze anders met haar kinderen zou kunnen omgaan. Dat, als moeder dat aanleert, de kans groot is dat haar kinderen beter naar haar zullen gaan luisteren. Dat wil moeder wel, ze vindt haar kinderen best lastig, ze luisteren niet naar haar. Een beetje hulp kan zij wel gebruiken. Op een ontspannen manier worden er afspraken gemaakt.

Marleen is blij dat het gesprek zo goed verlopen is, hier heeft ze zich nu zo druk over gemaakt en tegenop gezien, het bleek eigenlijk zo eenvoudig.

Er volgt een feedback gesprek waarin de interventie(s) en observaties worden besproken.